
De aan de grond gelopen afgebroken ijsblokken zo groot als treinwagons, zijn allemaal stevig aan elkaar gevroren en het ijs loopt tot tegen de gletsjer zelf. Tussen deze ijsklonten doorlopend waan ik me in een andere wereld. De vormen zijn kunstig en natuurlijk, de kleuren en glinsteringen fascinerend. Het ijs is zo glad en transparant als glas. Als ik het aanraak, voel ik geen kou, en smelt het niet. Kom ik heel dichtbij dan vallen allerlei ingesloten luchtbellen en scheurtjes op en zie ik afgeslepen en opgenomen zwart lavagruis. Er zijn mensen die uit kunnen rekenen hoe oud dit ijs is. Volgens mij heeft het antiquiteitswaarde, maar over een paar maanden vormt dit water weer deel van de circulatie. Tijdens een lange wandeling over het ijs, gevoel voor verhouding ben ik helemaal kwijt, raak ik ergens mijn draadontspanner kwijt. Dit is reden om hard tegen mezelf te mopperen, omdat dit problemen bij het opnemen van eventuele volgende noorderlicht avonden gaat geven. Het is een ding van niks, maar niet te vervangen als er geen fotozaken in de buurt zijn. Uiteindelijk kom ik tot aan de gletsjer en schat ik hem zeker 25 meter hoog en angstig indrukwekkend. Steeds als ik door mijn zoeker kijk verdwijnt het overweldigende gevoel en ik besluit, na wat plaatjes voor de vorm genomen te hebben, slechts te genieten van het moment. Als het licht minder gunstig is en ik alles gezien heb rij ik verder en fotografeer waar mogelijk, maar deze dag staat in het teken van de Fjallsjökull. Vroeg naar bed.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten