vrijdag 13 februari 2009

Intermezzo 12

Om 04:54 uur word ik (en met mij een aantal andere toeristen) opgehaald en naar Kevlavik Airport gebracht. Laat ik het zo zeggen; een sfeervolle onderneming is het niet. Het inchecken op nuchtere maag gaat ook zeer stroef en ik wordt verrast door een giga aanslag op mijn portemonnaie, ondanks dat ik minder gewicht bij me heb dan op de heenweg (toen overgewicht van koffer en handbagage geen probleem was). De deskjuf is niet onder de indruk van mijn tegenspartelen en merkt ook op dat mijn fototas te zwaar is om als handbagage mee te nemen, dus die moet, hup, het ruim in. Trouwens over overgewicht gesproken, ik ben vorig jaar 17 kilo afgevallen en daar hoor je ze natuurlijk niet over. Dat mijn knip lichter wordt heeft ook geen invloed op de eindafrekening, ik grap wel maar ben niet blij. Nog nooit ben ik zo gescheiden geweest van mijn reisgezel. Het voelt alsof je je minderjarige dochter op de trein zet, op weg naar de andere kant van het land, waarbij ze nog een beetje moet overstappen. Oh wacht, 'tuurlijk, het is vrijdag de 13e. Mijn geluk is duidelijk op. Het wordt dus vanaf dat moment de daaropvolgende acht uur duimen draaien. Op Schiphol blijkt m'n bagage intakt en compleet, zucht. De volgende week nog even de film laten ontwikkelen waarvan ik van plan ben tzt. hier wat resultaten te tonen.


Naar je gletsjers heb ik geluisterd en op je strand heb ik geroepen en je hebt me alle ruimte gegeven en het licht waar ik voor kwam.
Dank en tot ziens IJsland, je was geweldig voor me.

donderdag 12 februari 2009

Intermezzo 11

Op deze grauwe sneeuwerige dag verplaats ik me naar Reykjavik. Auto inleveren, beetje shoppen en kleuren zoeken. Kleur zoeken in de stad op een grijze vochtige dag. In Reykjavik is dat een makkie. Ik concentreer me op 'de oude stad' en geef met deze snapshots een vertekend beeld, maar dat doet een fotograaf nu eenmaal. Alles lukt en ik vind het toch leuk dat ik morgen weer naar huis kan.












woensdag 11 februari 2009

Intermezzo 10

Na me wat verslapen en een knoeiboel van het ontbijt gemaakt te hebben, snel naar de Hraunfossar en Barnarfossar gereden. De ochtend heeft mooi licht, maar deze watervallen blijven deels in de schaduw liggen met lastige contrasten van dien.

De gehoopte tocht naar Þingvellir gaat niet door, want de wegen ernaartoe zijn vanuit deze hoek ook 'impassable'. Als alternatief rij ik door een soort lava uitloopgebied, waar ik hoop een mooie zonsondergang te scoren. Maar het gebied is langdradig en saai en geeft bijna nergens een uitzicht of fraai detail. Een beetje met mijn ziel onder mijn arm, merk ik wel in een totale afzondering twee pal naast elkaar staande huizen. Voor dit tafereel is de hele hobbelweg genomen, maar ik denk niet voor niets.

dinsdag 10 februari 2009

Intermezzo 9

Voor de dag goed en wel begint wordt eerst voorzichtig getankt. Bij het oprijden van de tankplaats, moet je al inschatten waar je uit wilt komen en wanneer.

Na een vrij lange maar vlotte reis naar Borgarnes, blijkt er niemand aanwezig bij mijn geplande accommodatie 'Ensku huisin'. En ook niet nadat ik eerst nog Borgarnes bezocht. De reisorganisatie trommelt de eigenaar uiteindelijk op, die me in een kleiner onderkomen wil hebben, omdat ik de enige klant ben. De vrolijkste bewoners van dit hoekje zijn de twee schaapshonden, die erg blij lijken me te zien.

Ik vraag me af hoe dat komt en omdat ik toch even niets te doen heb, is het wel leuk om mijn gedachten even een beetje te laten gaan.
Ik bedenk me dat honden en ik daadwerkelijk iets overeenkomstigs hebben. Van honden wordt gezegd dat ze hun territorium afbakenen steeds als ze een plasje doen. Als ik een hond was geweest, had ik half Zuid-IJsland inmiddels met m'n gepinkel aan mijn territorium toegevoegd. Het is nogal bizar, maar waar ik uit de auto stap op dit eiland, daar plaats ik even mijn markatie. Discreet natuurlijk, want overal om me heen is maagdelijk witte sneeuw en mijn 'sporen' ontsieren de plek wel (ik stap ergens uit, omdat het er mooi is). Vandaar dat ik, na me weer warm aangekleed te hebben, er dan even wat sneeuw overheen schop, net als een hond (honden hebben blijkbaar ook oog voor de schoonheid van de natuur). Proefondervindelijk, quasi wetenschappelijk toon ik hiermee dus aan, dat honden niet hun territorium afzetten, maar dat hun wateren gewoon het effect is van kou op de sluitspier, die meer nog dan bij ons, aan de frisse buitenlucht wordt blootgesteld. Ik geloof niet dat deze overeenkomst de reden is dat de natte neuzen zo enthousiast mijn kant op komen. Ze willen me gewoon knuffelen omdat ik aardig ben en om een knuffeltje verlegen zat en zij ook.


's Avonds was het ijskoud en glashelder, maar ik ben een beetje op. Ik kan het niet meer opbrengen de fantastische lucht van een fijne voorgrond te voorzien. Alleen dit snapshot neem ik als bewijs.

maandag 9 februari 2009

Intermezzo 8

Vandaag lijkt me een goed moment om het kalm aan te doen, enerzijds vanwege vermoeidheid, anderzijds vanwege de wat grijzige dag. Het postkantoor bezoek ik om aan dit log te werken, maar ook hier een voor mij onmogelijk toetsenbord. Van de juffrouw achter het loket hoef ik mijn vergeefse poging achter de computer niet te betalen. Onderweg terug laat het weer zich van haar betere kant zien. Dat wordt wel vaker gezegd in IJsland, "als het weer je niet bevalt, dan wacht je gewoon een half uurtje". Dus ga ik kijken of er in Dyrholey nog wat te doen is.

De vuurtoren heb ik nog niet van dichtbij gezien, maar de weg is vanaf de voet van de berg al afgezet. Als ik me goed inpak, spullen op mijn rug vastmaak en het eerste kwartiertje geklommen heb, merk ik waarom er 'Impassable' aan de voet staat. Sommige stukken zijn prima beloopbaar, maar hele stukken zak ik tot voorbij mijn knieeen in de sneeuw waardoor ik met een gekke kruiploop beweging me moet voortbewegen. Eenmaal boven beloont het uitzicht de moeizame tocht naar de top. Ook de vuurtoren is fijn om te zien en ligt er lekker ingesneeuwd bij. Als ik terug op mijn kamer ben nadat ik een hapje heb gegeten, lijkt de lucht mij zo geschikt voor een prima noorderlicht avond. Dus net na middernacht met de spullen in de auto weer naar de bekende kust.

In het begin van de volgende twee uur, zie ik naast de sterrenbeelden en de maan, alleen een vallende ster, die ik helaas met de verkeerde wens benut (of niet, maar dat moet nog blijken).

zondag 8 februari 2009

Intermezzo 7


Vandaag ga ik terug naar de accommodatie Steig. Het was weer een prachtige ochtend, met zonlicht wat heerlijk refelcteerde in stroompjes. De stuifsneeuw drempels zijn in dit deel niet van de lucht. Door het geringe contrast heb ik een dergelijke opeenhoping op een eenbaansbrug (zoals ze er daar allemaal uit zien) te laat in de gaten. Vertragen is wat me nog lukt. Als door een muur beukt de auto zich door de poeder, waarbij ik het witgoed over de motorkap naar dak zie schuiven.

zaterdag 7 februari 2009

Intermezzo 6

De dag opent zeer donker en dreigend. Toch rij ik de ruim 130 km naar Höfn, vissersplaatsjes trekken me nu eenmaal, meestal gebeurt er wel iets fotogenieks. Onderweg is genoeg te zien, maar in Höfn tref ik het niet aan.


Op de terugweg stop ik weer bij het Jökulsárlón . De zeehonden zijn aan het vissen en laten zich niet door mij afleiden. Op het zwarte strand liggen veel glazige gletsjer brokken, die mooi kleuren bij het zand, de zee en de ondergaande zon. De meeste en mooiste liggen in de branding, die nog steeds wild is en soms ver het strand op komt. Een beete stoer doend met de vloedlijn laat ik me bijna een keer verrassen en donder met spullen en al achterover een ijsbrok. Dit is een van de weinige keren, dat ik er niet rouwig om ben hier alleen te zijn.

vrijdag 6 februari 2009

Intermezzo 5


Op tijd eruit en op naar het natuurgebied Skaftafell. Graag wil ik winters Svartisen zien en verder het bevriezen. Ter plaatse vergis ik me en verspil energie en het mooiste licht door een verkeerde afslag te bewandelen. Ook hier geen stromen natuurliefhebbers, alleen ik. Uiteindelijk weet ik het rechte pad weer te vinden en loop langs de Hundafoss, waar ik geen goed standpunt kan vinden om er een aardige opname te maken, maar wel mijn hoogtevrees op de proef kan stellen. Svartisen blijkt ook 's winters prettig om te zien, aan de overhangende basaltzuilen hangen nu lange pegels die altijd afbreken aan de rand van je gezichtsveld, zoals die stangen in dat spelletje van de Honeymoonquiz.
Later die dag klauter ik nog langs de Skaftafellsjökull, maar de eenzaamheid, mijn hoogtevrees en de plaquette die de lezer erop attent maakt dat in 2008 er twee jonge Duitse mannen zijn vermist en niet meer gevonden, maken dat ik niet tot het uiterste ga. Wel jammer, want hier is het zo bijzonder omdat je al snel bij de gletsjer bent en er, met de nodige kunde en voorzichtigheid, een heel eind langs kunt 'lopen'.


Deze avond beleef ik op het kerkhof, waarvan ik de naam niet meer zeker weet. De plek trof me vanwege de enige aanwezige boom uit de weide omtrek, geplaatst voor een berg. Net boven de berg gloorde de heldere maan en voor de boom schermde een halfhoge aarden muur een kleine (ca. 100 m2) begraafplaats af. Er stonden geen zerken of kruizen, alleen dicht bijeen liggende ondergesneeuwde bulten, die volgens mij uit stro of gras bestonden. In de muur zat een wit poortje met een kruis erop. Ernaast waren nog wat contouren van de fundamenten van een oude nederzetting.
De zonsondergang was mooi, de rust sereen en de sfeer toch wat bizar.

donderdag 5 februari 2009

Intermezzo 4

Ondanks de korte nachtrust ben ik toch om 07:00 uur aan het ontbijt aangeschoven, want om 09:00 uur moet je in de positie zijn om het mooiste licht van de dag te vangen, wanneer de zon opkomt. Eigenlijk op weg naar Höfn valt dat eerste licht op de Fjallsjökull. Deze gletsjer ligt voor de Breiðamerkurjökull (die weer in het bekende Jökulsárlón uitkomt). Naast het mooie licht op deze ijsbaan, is het ook bijzonder om daar te kijken, vanwege het compleet dichtgevroren gletsermeer, het Fjallsárlón.


De aan de grond gelopen afgebroken ijsblokken zo groot als treinwagons, zijn allemaal stevig aan elkaar gevroren en het ijs loopt tot tegen de gletsjer zelf. Tussen deze ijsklonten doorlopend waan ik me in een andere wereld. De vormen zijn kunstig en natuurlijk, de kleuren en glinsteringen fascinerend. Het ijs is zo glad en transparant als glas. Als ik het aanraak, voel ik geen kou, en smelt het niet. Kom ik heel dichtbij dan vallen allerlei ingesloten luchtbellen en scheurtjes op en zie ik afgeslepen en opgenomen zwart lavagruis. Er zijn mensen die uit kunnen rekenen hoe oud dit ijs is. Volgens mij heeft het antiquiteitswaarde, maar over een paar maanden vormt dit water weer deel van de circulatie. Tijdens een lange wandeling over het ijs, gevoel voor verhouding ben ik helemaal kwijt, raak ik ergens mijn draadontspanner kwijt. Dit is reden om hard tegen mezelf te mopperen, omdat dit problemen bij het opnemen van eventuele volgende noorderlicht avonden gaat geven. Het is een ding van niks, maar niet te vervangen als er geen fotozaken in de buurt zijn. Uiteindelijk kom ik tot aan de gletsjer en schat ik hem zeker 25 meter hoog en angstig indrukwekkend. Steeds als ik door mijn zoeker kijk verdwijnt het overweldigende gevoel en ik besluit, na wat plaatjes voor de vorm genomen te hebben, slechts te genieten van het moment. Als het licht minder gunstig is en ik alles gezien heb rij ik verder en fotografeer waar mogelijk, maar deze dag staat in het teken van de Fjallsjökull. Vroeg naar bed.

woensdag 4 februari 2009

Intermezzo 3

De dag begint met een dreigende bewolking en 8-9 Beaufort wat met lichte vorst (-4°C) voor een gevoelstemperatuur van -25°C zorgt (reken maar na: Tgevoel(°C) = 33 + (Tlucht- 33)*(0.474 + 0.454√(v)-0.0454.v)). Op het strand bij Vik waaien de toppen van de lawaaierige golven af voordat ze gaan rollen. Samen met de opkomende zon geeft dat een bijzonder effect. Door het zwarte zand en de woeste branding is het vanzelf al een 'ander' strand. Het effect van de wind is onderweg natuurlijk ook te merken. Slierten poedersneeuw kronkelen over de weg en gaan net zo makkelijk verder over het land aan lij zijde. Achter de geringste verhogingen is een luwte waar sneeuw voor bulten zorgt, die soms als drempels in een nieuwbouwwijk dwars over de snelweg liggen.



Wanneer bumperhoogte wordt bereikt moet ik echt inhouden en er langzamer doorheen. Dit inschatten moet al ver tevoren worden gedaan, want het ijzige wegdek staat een noodstop niet toe en het zicht wordt bij tijd en wijle bemoeilijkt als de poeder hoger opwaait. Opvallend is het trouwens hoe de IJslanders zich een beetje verkneukelen over het ontregelende effect van een beetje (volgend de IJslanders) winter in Engeland, "they are not prepared".
Vroeger dan gedacht arriveer in in Littla Hof, daarom ga ik na inchecken nog even naar het Jokulsarlon. Naast de bekende ijsschotsen krioelt het er van de lollige zeehonden. Zij zwemmen uitdagend en brutaal door het beeld en lijken te weten wanneer ik ze probeer te fotograferen, want steeds duiken ze onder als ik ze scherp heb. Meestal zie ik alleen hun ogen en neus voorbij bewegen. Dieren met meer bravoure richten zich patserig tot heuphoogte op uit het water, maar staan geen foto toe.
Mijn tank is, als ik verder wil rijden, nu nog voor een kwart gevuld en voor het rustige gevoel is dat hier te weinig. De pompen liggen soms ver uit elkaar. Alleen de kaart toont waar de pompen staan, waarvan ik er al een gepasseerd ben die gesloten is. Ik kan misschien net de pomp halen die wat verder van Littla Hof staat. Maar ik kies ervoor om terug te gaan en zodoende in ieder geval 'thuis' te zijn. Achteraf blijkt het de goede keuze te zijn geweest. Ik besluit voortaan eerder te tanken. De beheerder van het verblijf vertelt dat er 13 km verder een pomp is waar ook gegeten kan worden. Dit blijkt een truckerscafe te zijn, waar de sfeer ongezellig maar het eten best aardig is.
Als ik met gepoetste tanden in pyjama om 23:45 uur de gordijnen dicht wil slaan, controleer ik altijd even of 'we een heldere nacht hebben'. Alleen een heldere uitspanning staat zicht op het Aurora Borealis toe. En helder was het, halve maan ook. Een verticale wolk lijkt in de schemering wat heen en weer te bewegen.


Als ik hem even in de gaten hou, valt het kwartje, we hebben noorderlicht. Zo snel als mogelijk kleed ik me weer om, maak mijn spullen klaar en verplaats me zover mogelijk uit de lichten de huizen. Het felle maanlicht zorgt ervoor dat de kleur in levende lijve een beetje grijsgroenig blijft, maar het beweegt mystiek, sierlijk, onvoorspelbaar, langzaam en overal om me heen anders.





Kwart voor twee is de lichtshow over en ga ik behoorlijk afgekoeld en opgewonden naar bed.

dinsdag 3 februari 2009

Intermezzo 2

Ik had de hoop daar ter plekke het blog een beetje bij te kunnen houden, maar dat lukte niet, omdat er geen computer voorhanden of de verbinding veel te traag was en op het postkantoor kon ik niet uit de voeten met hij IJslandse toetsenbord. Nu (13/2) ben ik terug en zal proberen de schade in te halen. Natuurlijk in een chronologische volgorde, maar met de datums waarop het had moeten staan.

Naast allerlei regeldingetjes in Reykjavik, ga ik naar de boerderij Steig vlakbij Dyrholey en Vik. Eerst is het wennen aan alles, de auto, de wegen, het verkeer, het weer enzovoorts. Als ik bij het verhuurbedrijf wegrij laat mijn orientatie me in de steek en ga ik de verkeerde kant op. Dat betekent dat ik pas anderhalf uur later de stad uit ben en op de rondweg nr 1 zit. Onderweg neem ik een liftster mee met wie ik hoop wat over het land te kunnen kletsen. Maar zij blijkt een Deense student antropologie te zijn die ieder jaar in IJsland een tijd paarden komt trainen. Onderhoudend was het zeker, maar voor mij zijn die paarden een onderdeel van het landschap.
Omdat de lucht zo helder is en de zon laag blijft staan is het licht de hele dag prachtig, maar vrij lastig als je de 'verkeerde kant' oprijdt, in combinatie met de spiegeling op het ijs van de weg, Bij de Seljalandsfoss moet even gestopt worden en kort hierna ook bij de Skogafoss. Ondanks dat dit toeristische trekpleisters van de zuidkust zijn, ben ik de enige ter plekke en dat is wel opmerkelijk.


Het vermoeden dat het rustig zou worden, kreeg ik al in het vliegtuig en tijdens de transfer van vliegveld naar hotel. Dit wordt nog eens bevestigd op de snelweg (ze hebben er 1 en die noemen ze ook '1'). Daar rij je makkelijk een uur zonder dat je verkeer tegenkomt. Dat maakt het ook mogelijk om te stoppen voor een fotomoment of een plas, om achteruit te rijden of te keren. Maar ik moest me over de gedachte heen zetten dat hulp, mocht je dat nodig hebben, ook lang op zich laat wachten.


Mooi op tijd arriveer ik in Steig. Het complex is nieuw en deels nog niet af. Aan een lange gang zitten aan weerszijden kamers, de mijne is bijna aan het eind.

De gang wordt gescheiden door een overdwars geplaatst karton, om de 4 enthousiaste hondjes niet overal te laten snuffelen (en dergelijke, want er zit een jonge bij die nog niet zindelijk is en die me aan tafel nog al gezelschap biedt).


Dit jaar ben ik de eerste passant en vooralsnog de enige. Als ik informeer waar ik 's avonds zal kunnen eten, bieden ze aan, naast een locatie in Vik, om met hun mee te eten. Natuurlijk maak ik daar gebruik van, want ze hebben zoute vis gepland. Niet dat ik dat ken, maar de gastvrijheid treft me en het is een typisch IJslands gerecht/recept, zo liet ik me vertellen. Om het late licht te benutten trek ik er nog even op uit, naar Dyrholey. Het licht/zonsondergang is prachtig. Gelukkig hindert mijn verkoudheid me niet om van hot naar her te rennen, want ik kom er ogen, benen en camera's te kort. Ik pak snel in als het moment op is en rij het dijkweggetje terug. Even voorbij de helft tref ik weer een tafereel wat gefotografeerd moet worden en kom tijdens het opstellen tot de conclusie dat ik mijn statief heb laten staan op de vorige locatie. Gelukkig staat er een paal die als steun gebruikt kan worden. Daarna terug het statief oppikken, er was niemand toen ik er wegging dus ik ben zeker dat het staat. Maar het hobbeldijkje moest ik nu nog twee keer nemen. Bij de laatste passage is een wegwerker met zijn bulldozer in beweging gekomen. Die heeft al die tijd daar zitten wachten op zijn collega die hem grond is komen brengen. Maar nu is het pad geblokkeerd door een forse bult.


Na een onbepaalde tijd kan ik eindelijk verder en ben ik net op tijd voor het eten.


'Zoute vis' blijkt een sobere maar smaakvolle maaltijd te zijn, waarvan ik na twee moten toch wel genoeg heb.
Na het eten krijg ik van de gastvrouw een IJslandse film, waarvan zij wist dat die Nederlands is ondertiteld "Djöflaeyjan", leuk en mooi gefilmd. Om 23:30 uur is het tijd om alle indrukken te gaan verwerken.

maandag 2 februari 2009

Intermezzo 1


Eerste dag in Reykjavik. Ik had een geweldige vlucht. Bij het inchecken werd al rekening gehouden met de plaatsen aan het raam. De rechterkant van het toestel goed zou goed zicht op de gletsjer leveren. Ik werd van Keflavik airport opgehaald door een een buschauffeur met zijn touringcar. Dat zit dan wel wat overdreven, alleen met de chauffeur. De eerste kleuren van de ondergaande zon om ca. 17:00 uur waren al prachtig. De sneeuw neemt de kleuren over, het is hier geweldig mooi. In de lift sprak ik een zweedse fotojournalist die me in 2 minuten een spervuur van bijzondere must see plaatsen adviseerde, jammer dat ik hem niet meer spreek. Nu moet ik opschieten want zo wordt ik opgehaald door iemand van het autoverhuur bedrijf. Mijn rug gaat goed, nu alleen nog van mijn griep afkomen. Vandaag rij ik naar Vik, Steig om precies te zijn.

zondag 1 februari 2009

Sterk water


In een 4WD met spijkerbanden, een tas vol film en thermisch ondergoed ga ik morgen naar het zuiden. De zuidkust van IJsland om precies te zijn. Verder dan de Vatnajökull met zijn Jökulsárlón ga ik niet. Omdat je een beer niet kan villen voordat hij geschoten is beloof ik niet veel. Hopelijk kan ik hier wat plaatsen als de crocusjes uit de grond komen. Catch you later.