donderdag 27 december 2007

Weer Licht?

Toen ik deze opnames maakte was ik de hemel te rijk. De elementen waren boeiend en ik was er ook. Merkwaardig toch hoe dingen kunnen veranderen. Op dit moment ziet alles er anders uit. Als ik er nu naar kijk, lijkt het wel een zelfportret.

Op momenten wanneer je je houvast kwijt bent, klinkt er altijd wel ergens een leuk gezegde met een knappe waarheid.


Achter de wolken schijnt de zon, zou ik deze foto kunnen noemen.
Het gezegde zou hoop en rust moeten geven. Deze foto gemaakt in Castricum doet dat niet. Als je Castricum er niet direct uithaalt, kan ik dat begrijpen, want ik sta er met mijn rug naartoe. Deze zware bewolking hing er al enige tijd, de zon deed verwoede pogingen om er toch af en toe doorheen te prikken, maar een half uurtje na de opname gaf hij het op en verdween achter de horizon, om alleen maar duisternis achter te laten.



Na regen komt zonneschijn.
Hier, met het zicht op Colico aan het Lago di Como, regent het nog niet, het zou er gaan hozen, maar er staat een harde wind. Het onweer kwam behoorlijk onverwachts, ondanks dat dit gebied er wel bekend om staat. Hier zou men het spreekwoord "na zonneschijn komt regen" ook gemakkelijk kunnen gebruiken. Maar ook dit spreekwoord biedt geen troost, want na de regen kwam de nacht. Het fluiten van de vogeltjes maakte plaats voor oorverdovende donderslagen en het daglicht maakte plaats voor weerlicht. Na afloop was er vermoeidheid en diepe slaap.

woensdag 12 december 2007

Nachtmerrie

Tijdens een rit in Noorwegen dit jaar, is het me overkomen. Nog steeds als ik eraan denk lopen de rillingen over mijn rug. We hadden al heel wat in de auto gezeten en die dag was er een, waarin we ons een stuk naar het noorden wilden verplaatsen. Al zou je het willen, je kan daar moeilijk inhalen en harder rijden dan 80 km/u is nauwelijks mogelijk. Het landschap is overal op z'n minst interessant en meestal heel mooi en in de auto is veel al gezegd, waardoor er momenten van stilte bestaan, zelfs met twee dames van 10 achterin. Plotseling merk ik, misschien door een hobbel, dat mijn ogen dicht zijn, een fractie later realiseer ik me dat ik sliep en dat ik in de auto zit. Ik schiet overeind en zoek de weg op, godzijdank zitten we nog op de rechter weghelft, struiken schieten voorbij. Direct denk ik "wat een geluk" en "hoe is het mogelijk", totdat ik merk dat ik geen pedalen voel en dat ook het stuur ontbreekt. Het kan niet meer dan een halve seconde geduurd hebben, voordat ik besefte dat ik de auto niet zelf bestuurde.


Zo'n weg in Nederland, a naar b, overal staan borden, lantaarnpalen, op de weg de strepen, dwars door akkers en weidevelden, veel is toch vertrouwd, verdwalen, of ver dwalen, alles gaat zo snel, richtingaanwijzers, bandensporen, je kan overal komen en je kan overal weggaan, ik reed zaterdag een reiger dood, op de snelweg notabene, het leek bijna of hij wilde landen op de motorkap, maar het snelheidsverschil was te groot, ik hoorde het geritsel en gekletter van al zijn uitsteeksels van voor naar achter verplaatsen en ik kon niets doen...

alleen maar huilen.

Lost, both ways, is eigenlijk alles wat ik wil zeggen.